Frisbee
Vang de frisbee in de eindzone van de tegenstander en scoor — maar lopen met de schijf mag niet.
Bron: Jantje Beton — Sport- & Spellenboek
Pas als je tien keer op rij hebt overgespeeld, mag je proberen te scoren.
Hele zaal · 21 × 12 m · 13 onderdelen
Wat heb je nodig
Twee teams met een eigen doeltje. Een team moet eerst tien keer achter elkaar overspelen zonder balverlies, voordat het mag proberen te scoren in het doel van de tegenstander. Onderschept de tegenpartij de bal eerder, dan begint de teller voor haar vanaf nul.
Tel de passes hardop mee vanaf de zijlijn — dat voorkomt discussie over of het nu wel of niet tien waren.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Verlaag het aantal verplichte passes naar vijf, zodat er sneller gescoord wordt.
Pas de afmeting van het vak aan aan het niveau van de groep.
Speel met één doeltje waar beide teams in mogen scoren; je verdedigt het dus ook tegen jezelf.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Werpen en vangen
Wegspelen van een speelvoorwerp zodat dit gevangen kan worden
Soleren
Een speelvoorwerp tikkend in beweging houden
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Spreek af dat schieten op doel onder kniehoogte blijft, zeker als er kinderen dicht bij het doel staan.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Vang de frisbee in de eindzone van de tegenstander en scoor — maar lopen met de schijf mag niet.
Bron: Jantje Beton — Sport- & Spellenboek
Twee teams, twee doeltjes, en op jouw roep wisselt het spel tussen hockey, handbal en voetbal.
Bron: Jantje Beton — Sport- & Spellenboek
Vier tweetallen verdedigen hun eigen hoepel met vier voorwerpen — en roven bij elkaar.
Bron: Jantje Beton — Sport- & Spellenboek