1 tegen 100
Twee teams spelen om de beurt een punt tegen één speler van de tegenpartij. Alleen jouw team scoort.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland
Eén tegen één op een klein veld, met een lijn in plaats van een net.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland
Hele zaal · 21 × 12 m · 28 onderdelen
Wat heb je nodig
De kinderen spelen één tegen één op een eigen veldje; bij tien kinderen heb je dus vijf veldjes nodig. Eén van het tweetal slaat de bal rechtstreeks in het vak van de tegenstander. De bal mag één keer stuiteren, daarna sla je terug. Stuitert hij buiten het vak, dan is het punt voor de ander; stuitert hij twee keer in je eigen vak, ook. Door het net weg te laten passen er veel meer veldjes in de zaal, en speelt iedereen dus de hele les.
1. Speel zoveel mogelijk met de voor de leerlingen bekende regels als het gaat om hockey, voetbal en handbal. 2. Om eerlijke teams te krijgen kan als les- gever het volgende gedaan worden: laat alle kinderen aan het begin van de les tweetallen maken met daarbij de toevoeging dat ze onge- veer even goed moeten zijn in sporten. De kinderen kunnen dit zelf prima regelen. Laat één kind van het tweetal bij het gele team horen en het andere kind bij het andere team. 3. Deze activiteit is gemakkelijk uit te breiden met bijvoorbeeld basketbal en/of tref- bal. Een voorwaarde is wel dat de leerlingen deze activiteiten al kennen zodat ze tijdens Multibal l niet teveel nieuwe regels hoeven te leren. 1, 2 en 3!!
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
De bal mag twee keer stuiteren in je eigen vak.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Keeperspelen
Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen
Lummelspelen
Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen
Werpen en vangen
Wegspelen van een speelvoorwerp zodat dit gevangen kan worden
Soleren
Een speelvoorwerp tikkend in beweging houden
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Zorg dat leerlingen tikken met platte hand en afstand bewaren tot obstakels.
Deze beweegactiviteit versterkt onderling vertrouwen, communicatie en samenwerking. Bekijk de didactische leerkrachttips, klassengesprekken en Tuckman-fasen op GoudenWeken.app.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Twee teams spelen om de beurt een punt tegen één speler van de tegenpartij. Alleen jouw team scoort.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland
Geef de bal door terwijl de klas het alfabet opzegt — wie hem bij de Z vasthoudt, mag een basket gaan proberen.
Bron: Let's Leap Sports Academy
Vier teams, vier vakken, één shuttle. Wie de fout in gaat is af; het laatste team wint.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland