1 tegen 100
Twee teams spelen om de beurt een punt tegen één speler van de tegenpartij. Alleen jouw team scoort.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland
Win je je partijtje, dan schuif je een veld op richting het kampioensveld.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland
Hele zaal · 21 × 12 m · 29 onderdelen
Wat heb je nodig
De kinderen spelen één tegen één op genummerde veldjes; veld 1 is het kampioensveld. Op het startsignaal begint iedereen tegelijk. Je slaat de bal rechtstreeks in het vak van de tegenstander, hij mag één keer stuiteren, en dan sla je terug. Wie het partijtje wint schuift een veld op richting veld 1; wie verliest zakt een veld. Zo speel je vanzelf tegen iemand van je eigen niveau, en is er altijd iets te winnen én te verliezen.
In plaats van iedereen 3 blokjes te geven, kan de lesgever ook elk kind 1 blokje geven en de rest in de bak laten liggen. Het kind dat een blokje omschiet van een ander mag 1 blokje pakken uit de bak en hiermee een torentje bouwen. Diegene die de hoogste toren heeft aan het einde heeft gewonnen.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Speel partijtjes tot drie punten, dan wisselt er vaker.
Speel tot zeven punten met twee punten verschil.
Speel 2 tegen 2 op elk veld; het schuiven gaat dan per tweetal.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Keeperspelen
Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen
Lummelspelen
Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen
Werpen en vangen
Wegspelen van een speelvoorwerp zodat dit gevangen kan worden
Soleren
Een speelvoorwerp tikkend in beweging houden
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Zorg dat leerlingen tikken met platte hand en afstand bewaren tot obstakels.
Deze beweegactiviteit versterkt onderling vertrouwen, communicatie en samenwerking. Bekijk de didactische leerkrachttips, klassengesprekken en Tuckman-fasen op GoudenWeken.app.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Twee teams spelen om de beurt een punt tegen één speler van de tegenpartij. Alleen jouw team scoort.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland
Geef de bal door terwijl de klas het alfabet opzegt — wie hem bij de Z vasthoudt, mag een basket gaan proberen.
Bron: Let's Leap Sports Academy
Vier teams, vier vakken, één shuttle. Wie de fout in gaat is af; het laatste team wint.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland