Direct naar de inhoud
Loopspel

Helikopter

De leider draait het touw als een helikopter boven zijn hoofd en noemt een kleur — draag jij die kleur, dan spring je over het laag ronddraaiende touw.

Groepen
groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7
Duur
12 min
Leerlingen
6–32
Ruimte
Gymzaal · Buiten

Bron: Playworks Game Guide

Zo staat de zaal

Hele zaal · 21 × 12 m · 12 onderdelen

Draait het touw

Wat heb je nodig

Het spel

Hoe werkt het?

Op de rand van een grote cirkel staat iedereen op een eigen kruisje. De leider draait het touw eerst hoog boven zijn hoofd rond als een helikopter en roept een kleur. Daarna laat hij het touw laag over de grond ronddraaien. Leerlingen die die kleur ergens op hun kleding hebben, doen een stap naar voren en springen op het juiste moment over het ronddraaiende touw.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

  1. 1Teken een grote cirkel met krijt en zet voor elke leerling een kruisje op de rand.
  2. 2Laat iedereen op zijn kruisje gaan staan, buiten de cirkel.
  3. 3De leider draait het touw eerst hoog boven zijn hoofd rond als een helikopter en roept: 'Helikopter, helikopter boven mijn hoofd, ik koos een kleur en de kleur is... [kleur]!'
  4. 4Daarna laat de leider het touw laag over de grond ronddraaien.
  5. 5Leerlingen die die kleur ergens op hun kleding hebben, doen een stap naar voren en springen op het juiste moment over het ronddraaiende touw.
  6. 6Wordt iemand geraakt of stopt hij het touw met zijn voeten, dan kiest de leider een nieuwe kleur.

Klaarzetten

0/2

Organisatietip

Oefen eerst met het touw stilliggend op de grond, zodat springers het ritme kunnen voelen voor het echt begint te draaien.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Warming-up

Begin met het touw al laag ronddraaiend als warming-up, met een paar leerlingen die alvast klaarstaan.

Eigen rijm

Verzin samen met de klas een nieuwe aftelrijm in plaats van de kleurenzin.

Ander kenmerk

Noem in plaats van een kleur een ander kenmerk (bijvoorbeeld 'wie een broer heeft').

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Tikspelen

Hele lijn

Tikspelen

Een loper bedreigen door deze te willen tikken, terwijl de loper probeert het tikken te voorkomen

  • combinatie van wegloop-en overloopspelen
  • overloopspelen met duolopers
  • kriskrasspelen met functiewisselingen

Afgooispelen

Bedreigen van een loper door deze af te willen gooien, terwijl de loper probeert het afgooien te voorkomen

  • afgooien envoorkomen afgegooid te worden bij trefbal met meer scoringsmogelijkheden
  • afgooien envoorkomen afgegooid te worden bij jagerbal met bevrijden en schuilen

Springen

Hele lijn

Vrij springen

Afzetten om lang in de lucht te zweven

  • vrije sprongen met trucs

Steunspringen

Afzetten om lang te zweven voor en/of na de handenplaatsing op een steunvlak

  • wendsprong maken met minitramp
  • rollen op verhoogd vlak met minitramp en verhoogde aanloop
  • hurksprongmaken metafzet vanaf springplank
  • spreidsprong maken met springplank
  • radslag maken met aanloop

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Op tijd springen over een bewegend touw
  • Snel je eigen kleur herkennen
  • Wachten tot het touw laag genoeg draait

Waar je op let

Blijf buiten de cirkel tot het touw laag over de grond draait — nooit instappen terwijl het nog hoog zwaait.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Loopspel

Dinopark

De dino met de bal bepaalt de beweging — iedereen doet mee, of wordt opgegeten.

Bron: Playworks Game Guide

groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 15 min Gymzaal, Buiten
Loopspel

Dobbelsteenestafette

De dobbelsteen bepaalt hoe ver je moet. Gooi je zes, dan is het een flink eind.

Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland

groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7, groep 8 30 min Gymzaal, Speellokaal, Buiten
Loopspel

Het geheime voorwerp

Elk voorwerp uit het tasje betekent een andere beweging — hou je het goed bij, dan ben je als eerste bij de finish.

Bron: Playworks Game Guide

groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 10 min Gymzaal, Buiten