Hoepelparcours
Werk je eigen weg door de rij hoepels — pas als je het hele parcours foutloos beheerst, ga je door naar een moeilijker niveau.
Bron: Let's Leap Sports Academy
In vier stations bouw je van samen overrollen op naar mikken op een doel, gooien tegen de muur en uiteindelijk door een hoepel op afstand.
Hele zaal · 21 × 12 m · 14 onderdelen
Wat heb je nodig
Bij station 1 rol je een bal (of pittenzakje) rustig over de grond naar een partner — de eerste stap in het inschatten van richting en snelheid. Bij station 2 mik je onderhands met een pittenzakje in een bak, korf of autoband; hoe kleiner en verder het doel, hoe lastiger. Bij station 3 gooi je met twee handen onderhands tegen de muur en vang je de bal weer terug — eerst rustig, dan uitdagend met de vraag: hoe vaak lukt het jou achter elkaar? Bij station 4, voor de gevorderde gooiers, hangen er hoepels op verschillende hoogtes: mik je bal, pittenzakje of tennisbal erdoorheen zonder de hoepel te raken. Kies een kleinere bal als het te lastig blijkt, of een grotere als vangen nog moeilijk is.
Laat leerlingen bij het station tegen de muur een eigen plek innemen met genoeg afstand tot elkaar, zodat afketsende ballen niemand anders raken.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Gebruik voor het mik-station een kleinere korf of autoband zodra de grote goed lukt.
Vergroot bij station 3 en 4 geleidelijk de afstand tot de muur of hoepel.
Laat leerlingen die het te makkelijk vinden overstappen van een pittenzakje naar een kleinere, lastiger te vangen bal.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Duikelen
Inzetten van rotatie tot over de kop gaan en tijdig deze rotatie weer afremmen
Rollen
Afzetten om na handenplaatsing over de kop te gaan en tijdig deze rotatie weer afremmen
Lopen om zo snel mogelijk ergens te komen
Mikken
Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen
Wegspelen
Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Houd bij het ophangen van hoepels rekening met de hoogte: laat leerlingen niet aan de hoepels trekken of hangen, en zorg dat het touw waarmee ze vastzitten niet losraakt tijdens het spel.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Werk je eigen weg door de rij hoepels — pas als je het hele parcours foutloos beheerst, ga je door naar een moeilijker niveau.
Bron: Let's Leap Sports Academy
Met je eigen touw werk je stap voor stap van de basissprong naar lastigere sprongen als hinkelen, kruisen en 'de bel'.
Bron: KijkZo.nl (Mark & Kirsten Roth-Koch)
Vijf stations: ladders, tafeltennis, kranten gooien, touwklimmen en touwtje springen.
Bron: Harry van der Meer & Dennis Louter (gymlessenbasisonderwijs.nl)